Er is een akkoord over de invoering van de digitale meter. Het rendement voor eigenaars van zonnepanelen en warmtepompen blijft gegarandeerd.

Meerderheidspartijen N-VA, CD&V en Open VLD hebben in het Vlaams Parlement een akkoord bereikt over de invoering van de digitale meters. Volgens het akkoord zullen eigenaars van zonnepanelen de kans krijgen om 15 jaar lang na installatie in het huidige systeem van de terugdraaiende teller te blijven. Voor wie dus al tien jaar zonnepanelen liggen heeft, wordt dat nog vijf jaar. Eigenaars van zonnepanelen zouden dus al die tijd hun huidige rendement kunnen behouden.

Dat geldt trouwens ook voor al wie nu nog snel  – voor 1 januari 2021 – zonnepanelen laat leggen. Uiterlijk in 2035 dooft het systeem van de terugdraaiende teller uit.

Daarmee komt een einde aan de onzekerheid die gepaard ging met de uitrol van de digitale meters vanaf juli van dit jaar. Die was gegroeid nadat bleek dat de Vlaamse regering niet eigenhandig kon beslissen over een ‘digitale terugdraaiende teller’. Ter herinnering: een digitale meter heeft geen terugdraaiende schijf meer, maar dat terugdraaien kan achteraf wel gesimuleerd worden, zodat de eigenaars van zonnepanelen geen nadeel ondervinden. Alleen bleek ook de Vlaamse energieregulator Vreg hiervoor bevoegd en die was een koele minnaar van de regeling. De terugdraaiende teller zou immers te weinig consumenten motiveren om hun opgewekte stroom meteen te verbruiken in plaats van die op het net te zetten.

Het bereikte compromis ondervangt het probleem door de consument twee systemen aan te bieden. Parallel met de terugdraaiende digitale tellers zal de Vreg een eigen tariefsysteem aanbieden. Zonnepaneleneigenaars zullen zo de keuze krijgen tussen het huidige systeem waarbij er voor hen niks verandert en een nieuwe regeling die uitgewerkt zal worden door de VREG. Daarbij worden nettarieven aangerekend op wat mensen effectief van het net afnemen. Het wordt dan minder interessant om stroom rechtstreeks op het net te zetten.

Het systeem van de Vreg zal waarschijnlijk voordeliger zijn voor wie overdag meer thuis is en zijn opgewekte energie dan ook meteen verbruikt. Het huidige systeem is vooral interessant voor eigenaars van warmtepompen, die in de zomer doorgaans veel meer energie opwekken dan ze verbruiken aangezien de verwarming minder aanstaat. Wie wil, kan op elk moment overschakelen op het nieuwe tariefaanbod van de Vreg. Terugkeren naar het oude systeem kan dan wel niet meer.

Het overgangssysteem loopt sowieso af in 2035 voor de laatste zonnepanelen die eind 2020 gelegd worden. Vanaf dan geldt voor alle installaties het tariefsysteem van de Vreg.

Reacties 

Vlaams minister van Energie Lydia Peeters (Open VLD) reageert alvast tevreden: ‘De voorbije jaren is hard gewerkt om het vertrouwen van burgers in zonne-energie opnieuw te verhogen. Met de oplossing die we nu aanreiken, wordt dit vertrouwen niet beschaamd. Integendeel, we rekenen erop dat we hiermee mensen die hun plan om zonnepanelen te installeren even hadden opgeborgen, overtuigen om er nu voluit voor te gaan. Bovendien kan de uitrol van de digitale meter nu starten zoals gepland was, op 1 juli 2019.’

De zonnepanelensector is tevreden over het compromis: ‘Mensen de vrije keuze laten was onze belangrijkste eis. Vijftien jaar is ook een redelijke termijn.’

De oppositie is minder enthousiast.  “Deze nieuwe regeling is niet afgetoetst bij de Raad van state en bij de VREG. Juridisch is er dus nog geen garantie dat deze nieuwe regeling de juridische toets zal doorstaan”, meent de SP.A. Parlementslid Rob Beenders: ‘Voor mij is de digitale meter pas positief als alle Vlamingen, met of zonder zonnepanelen er voordeel uit halen en een lagere stroomfactuur krijgen. Die garantie is er vandaag niet.’

Bron: De Standaard